|
|
|
Webcomics in historisch perspectief
Wat zijn webcomics? De online encyclopedie Wikipedia.org omschrijft het als volgt:
| “Webcomics are comics that are available on the World Wide Web. Many of these web comics are exclusively published online, while others are published on paper but maintain a web presence or archive, for either commercial or artistic reasons. Web comics run the gamut from traditional cartoon strip styles to an electronic emulation of manga or graphic novels and beyond, using the web's inexpensive costs and low entry barrier to begin publication, seek an audience and, in some cases, advance sequential illustration as an art form.” |
De oorsprong (1992-1993)
Terugkijkend op het ontstaan van het fenomeen ‘webcomics’, valt op dat de allereerste ‘online strip’ aanvankelijk niet op internet verscheen. Nee, die bereikte zijn publiek via een nieuwsgroep van Usenet.
15 april 1992: Hans Bjordahl publiceert de eerste aflevering van “Where The Buffalo Roam” op de Usenet-groep alt.comics.buffalo-roam. Deze studentenstrip bestond toen al een jaar of vijf, maar dan op papier.
Pas daarna wordt het World Wide Web als medium voor strips ontdekt. Bjordahl maakte niet als eerste de overstap. Eenmaal online houdt hij het niet lang vol. Hij stopt met de strip eind 2004, want ‘cartooning just doesn’t pay the bills.’
Zomer 1993: Stafford Huyler publiceert de eerste strip op internet: “NetBoy”. Een echte strip voor én over nerds, net als zijn tweede webcomic “U.Nox”. Dit onderwerp zal nadien nog veel terugkeren als hoofdthema in webcomics.
24 september 1993: David Farley start met de online humorstrip “Doctor Fun”. Dit wordt beschouwd als de eerste échte webcomic, omdat Farley met een vast format en een heldere frequentie werkte. Huyler (“NetBoy”) hield zich in zijn eerste jaar aan geen enkel schema.
Stenen Tijdperk (1993-1996)
Na deze ‘oerknallen’ breekt de periode aan die wel het Stenen Tijdperk van de Webcomic wordt genoemd. Enkele belangrijke spelers uit die tijd:
1994: Nederlander Reinder Dijkhuis begint nu ook afleveringen van Rogues of Clwyd-Ran online te plaatsen!
1995: David de Vitry claimt de domeinnaam Webcomics.com, waar stripmakers vrijelijk kunnen publiceren. Helaas wordt dit al gauw een vergaarbak van uitermate slechte materiaal.
1995: De ‘webzine’ Suck plaatst een vaste strip: “Filler”.
1995: Bill Holbrook is de eerste ‘syndicated cartoonist’ die investeert in het web: hij publiceert er zijn ‘vrijere’ strip “Kevin & Kell”.
1996: Peter Zale scoort enorm goed met (de merchandise rond) zijn webcomic “Helen, Sweetheart of the Internet”. Hij wordt wel de eerste commercieel denkende webtekenaar genoemd.
1996: Charley Parker publiceert “Argon Zark”, een webcomic als waar visueel spektakelstuk. Met de vele media-aandacht die hij vergaart, worden rond 1997 enorm veel traditionele striplezers aangezet om te gaan surfen.
Gouden Eeuw (1997-1998)
Vanaf dat moment gaat het snel. Er staan vijf stripmakers op die de webcomic als medium naar grote hoogte stuwen. Hun namen:
- Scott McCloud: al online actief sinds 1994, maar pas in juni 1998 komt hij echt met vernieuwende stripconcepten op zijn website ScottMcCloud.com. In 2000 publiceert hij het standaardwerk over strips op internet: “Reinventing Comics”.
- Pete Abrams: publiceert sinds 25 augustus 1997 de webcomic “Sluggy Freelance”, een veelzijdige, creatieve strip met een enorm verschijningstempo.
- JD Frazier: sinds 17 november 1997 online met “User Friendly”, een echte ‘geek comic’ voor de doorgewinterde computernerd.
- Scott Kurtz: met “PvP” actief sinds 4 mei 1998. Deze webcomic haakt in op een rage die een enorm potentieel aan lezers biedt: de gaming-cultuur.
- Tycho & Gabe: “Penny Arcade”, online sinds 18 november 1998, maar nog steeds een grote hit. Ook hier spelen ‘geekness’ en gaming een grote rol. De makers (die zelf de hoofdrol spelen) heten eigenlijk Mike Krahulik en Jerry Holkins.
Moderne Tijd (vanaf 1999)
Bundeling van krachten lijkt eind jaren negentig het antwoord op de vraag of er geld verdiend kan worden met webcomics. In 1999 lanceert programmeur Bryan McNett het concept Big Panda, dat webtekenaars hosting aanbiedt. Deelnemers betalen een bijdrage, maar krijgen samen 50 procent van de advertentie-inkomsten. Het aantal aangesloten webtekenaars groeit al gauw naar 770, maar daarmee ook de overbelasting van de server. En geld zien de deelnemers al helemaal niet binnenkomen.
Chris Crosby, één van de aangesloten tekenaars, begint in 2000 uit ontevredenheid een vergelijkbare dienst: KeenSpot. Wanneer Big Panda op zijn laatste benen loopt, stappen uiteindelijk alle webtekenaars over. Ook bij KeenSpot gold dat de deelnemende tekenaars samen de helft van alle inkomsten kregen. Voor deze dienst golden selectiecriteria, maar al snel kwam er een tweede service (Keen Space), waar in principe iedereen webcomics kon publiceren, maar niet deelde in de inkomsten. Promotie naar KeenSpot behoorde wel tot de mogelijkheden.
In maart 2002 kwam er een nieuwe speler bij: Modern Tales. Initiatiefnemer Joey Manley heeft zijn businessmodel niet gebouwd op advertentie-inkomsten, maar op betalende gebruikers. Hij bracht daarmee de ideeën van Scott McCloud over ‘micropayments’ in de praktijk. Het concept functioneert nog steeds op deze manier, met onder meer de Nederlanders Reinder Dijkhuis en Jeroen Jager als deelnemende tekenaars.
Ook duiken er meer en meer webcomic-communities op die niet in eerste instantie hun zinnen hebben gezet op de financiën, maar vooral op het samen op één site publiceren om zo in totaal meer publiek te trekken, wat uiteindelijk ieder individueel lid ook een groter publiek oplevert. Was in het begin van deze tijd een internationaal opererende community van eensgezinde tekenaars zoals het Nederland-gebaseerde Probeersel.com nog een redelijke zeldzaamheid, al gauw schoten de community-sites als paddestoelen uit de grond. Vaak met namen die je eerder bij een muziekband zou verwachten dan dat je er strips zou verwachten, zoals DrunkDuck, Dumbrella, PulpdeLuxe of Rocketbox.
Daarnaast beginnen er meer en meer nieuws-sites (en blogs) op te duiken die enthousiast doch kritisch verslag doen van de ontwikkelingen binnen de webcomics-wereld. Een wereld die daarmee een bepaalde serieus te nemen grootte had bereikt.
Postmodernisme (heden)
De discussie over de accountability van webcomics is nog steeds hevig. Slechts weinig webtekenaars kunnen van hun online inspanningen leven. Dit leidt soms tot opmerkelijke acties. Zo riep de Amerikaan R.K. Milholland de lezers van zijn webcomic “Something Positive” op om geld te doneren zodat hij met zijn drukke baan overdag kon stoppen. Binnen enkele weken haalde hij 22.000 dollar binnen en zegde daadwerkelijk zijn baan op.
Momenteel is er een andere interessante actie gaande, geïnitieerd door Scott Kurtz. Hij is de concurrentie met de krantenstripsyndicaten aangegaan door het archief van zijn webcomic “PvP” gratis aan dagbladen aan te bieden. Het enige dat hij vraagt is een vermelding van zijn website, net zoals de syndicaten dat doen bij de publicatie van hun krantenstrips. Deze liefdadigheid denkt hij terug te kunnen verdienen door de extra bezoekers die hij naar zijn webcomic lokt. De syndicaten zijn woedende over deze ‘oneerlijke concurrentie.’
Ook met het volhouden van een professioneel niveau valt er geld te verdienen voor de webcomics-makers. Spraakmakend was, en ís (want de wedstrijd is nog lang niet voorbij), de 'Daily Grind contest', waar honderden webcomics-makers, in een poging hun update-tempo disciplinair wat te verbeteren, ieder $20 in een jackpot gestoken hebben, en degene die uiteindelijk het langst een strikt, dagelijks publicatie-schema volhoudt, wint het totale bedrag. Aangezien er een aantal van de 'grote namen' meedoen die al jaren hun webcomic trouw updaten, kan deze wedstrijd wellicht nog heel lang gaan duren. Ondertussen worden er veel webcomics dus in professioneel publicatie-tempo up to date gehouden.
In Nederland worden beginnende striptekenaars in het zadel geholpen door een online initiatief: StripSter. Deze website (al actief sinds 2000) biedt vooral een podium voor jonge amateurtekenaars, maar publiceert ook werk van enkele bekendere namen, zoals Minck Oosterveer, Bert van der Meij en Willem Ritstier.
Ten slotte nog twee stukjes uiterst actuele historie.
Webcomics hebben nog nooit een eigen stichting gehad, tot 18 Februari '05, 14 u 30, toen Stichting ClickBurg opgericht werd. Webcomics hebben ook nog nooit een volledig eigen beurs gehad. Tot er op 1 Mei 2005 in Tilburg Clickburg, de allereerste webcomicsbeurs ter wereld plaatsvond!
Jeroen Mirck Juryvoorzitter “Clickburg Webcomic Awards 2005”
met een paar kleine toevoegingen van René van Densen voorzitter Stichting ClickBurg
Oorspronkelijke publicatie: Tilburg, 1 Mei 2005
Meest recente update: 11 Mei 2005
Gerelateerde bronnen:
T.Cambell - The History of Online Comics (for ComixPedia)
Episodes: 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9
Lambiek.net - Strips en Internet
|
site & design © ClickBurg.nl
|